Op kousenvoeten



Dag lieve lezer, hoe is ‘t met jou?
Overkomt het je ook wel eens dat je ‘jezelf tegenkomt’?
Hoe voel je je daar dan bij?

Door het gekwakkel met mijn oogjes en andere toevalligheden, calamiteiten en synchroniciteiten, word ik zowat gedwongen tot rust en afstand nemen. Letterlijk dan.
Terwijl noodgedwongen stilzitten zich een weg zoekt tussen de ‘mieren in mijn gat’, recht zelfreflectie zijn rug, en klopt hij op de deur van mijn interne keuken.

‘Kom gerust binnen’, prevelt een stemmetje diep in mij.
De tijd volgt vanzelf.
Hij komt binnen als een ongenode gast.
Ik hoor de wijzers van zijn klok met gestage en ritmische stappen doorgaan met hun plagerig getik.

Ik heb het een beetje gehad, vind ik.
Het is balen, deze tijd.
De tijd van virus, de tijd van regels, de tijd van de winter die nog niet voorbij is… van wanorde, van chaos, van onvrede en onmacht, van overstuur zijn en ook wat boos, tijd van protest en moeite met zoveel…
Maar als ik goed kijk… zie ik mogelijkheden, opportuniteiten, verbindingen, schakels.
Ik zie vriendschap, hartelijkheid, warmte, begrip, liefdevol geluister, en intens gefluister.
Ik hoor kwetterende vogeltjes vol verlangen naar lente en nestjes.
Ik zie oude patronen vervagen, en nieuwe die aan duidelijkheid winnen.
Ik zie een hoorn des overvloeds.
Ik zie zelfs hoe deze in prachtig parelmoer getooid is.
Ik weet niet hoe het komt, maar ik lijk die zelf in mijn hand te hebben.

Ik droom wellicht.
Ik kan toch niet zelf bepalen wat komt?
‘Natuurlijk’, prevelt hetzelfde stemmetje…

Zelfzorg.
Mezelf gedragen voelen.
Helpende handen vinden die me dankbaar maken, en stil.
Dat is ook overvloed.
’Mooi’, zegt het stemmetje.
’Het is goed zo’, fluistert het nog voor het weer verdwijnt, samen met de tijd, die er even niet toe doet.

Mijn interne keuken komt stilaan op orde.
Tijd doet de rest en heelt.
Ik blijf erin geloven.
In vol vertrouwen.

Ik wens je een heel fijne dag.
Een heel dikke knuffel, en draag zorg voor jezelf en voor wie je lief is.
❤️

Gezellig



Goedemorgen lieve lezer, hoe gaat het met je, vragen we ons af.
We hangen hier ondersteboven aan een bevroren wasdraad.
Dat is niet zo heel bijzonder, dat is onze natuur.
Wij hangen. Gewoon.
En als we het niet meer zien zitten, of moe worden, dan laten we ons vallen.
Het doet deugd, niks méér moeten dan hangen.
Even vasthouden en weer loslaten.

We maken ons zelfs geen zorgen over waar we terechtkomen.
Heel eenvoudig, ons leven, hoe kort het ook maar is.

Gisterenochtend ging zelfs het hangen poepsimpel.
Zou dat van de kou kunnen zijn?
We hingen aan de draad vastgeplakt.
We deden daar geen enkele moeite voor, het kwam vanzelf.
Toen we zo helemaal opgingen in het echte niets doen, kwam er vanzelf rust.
We kregen de tijd om rond te kijken, om de omgeving te zien.
Maar we keken ook eens intens naar mekaar.
We hadden nooit lang genoeg gehangen om een zee van tijd te hebben om mekaar echt waar te nemen.
Vol verbazing en verwondering zagen we het licht in mekaars ziel.
Zo kwamen we zelfs bij het licht in onszelf.
We werden stil omdat de hele wereld in ons weerspiegeld lag.
Op dat moment werd ons duidelijk dat, hoe klein en onbeduidend we ook lijken, we toch groots kunnen zijn.
In mekaars ogen en in die van onszelf.

Toen de zon aan haar dagelijkse bezigheid begon, lieten we de draad los. Maar meer moest het niet zijn om een zalig geluksmomentje te voelen.
Dankbaar drongen we in de aarde.
Dat doet dan weer ander leven deugd.
Dankbaar waren en blijven we, zelfs als we niet meer te zien zijn.

We wensen je een heel erg fijne dag.
Een dikke, dikke knuffel ❤️