In het donker



Dag lieve lezer, hoe gaat het met je?
Met mij gaat het niet zo goed vrees ik.
Ik hoorde gisteravond toen ik ging slapen een vreemd getik onder mijn bed. Het geluid kwam behoorlijk hard binnen, alsof er een zak knikkers was opengevallen of zo… met het licht uit, klonk het wellicht duizend keer luider dan het eigenlijk was.
Bangelijk… dat geknetter…
Ik kreeg er koude rillingen van, en dat in het donker…
Ik reikte met een bibberende hand naar het knopje van het nachtlampje… Dat sprong gelukkig wel foutloos aan, zoals het hoorde…

Ik trok het dekbed wat steviger om mijn schouders en in een goedgemikte maar vloeiende beweging, met mijn tenen om de rand van het matras gekromd, kwam ik zowat oog in oog te staan met het monster onder het bed.

Ik deinsde wat terug… Nee, dat kon niet.
Dat was vroeger misschien zo, ooit waren die er wel… maar nu toch niet meer… Die was ik toch allang ontgroeid… dacht ik.
Ik meende me te herinneren, dat me ooit was gezegd dat je die dingen beter te lijf kon gaan met vriendelijkheid en iets van tegemoetkomendheid… dat ze dan vanzelf verdwijnen of zo…

Ik schraapte mijn haperende stem en prevelde:
‘dag monster onder mijn bed.’
Terwijl ik de grote schaduwen op de muur meende te zien bewegen… en hoopte ik dat het ding enkel in mijn gedachten bestond, of ergens tussen mijn oren zat… antwoordde… het…

Het antwoordde!!!

Ik raakte behoorlijk van mijn melk, van mijn apropos en zo…
Het zei, en dat hoorde ik heel duidelijk:
‘ben ik blij dat ik hier gewoon onder je bed mag zitten, weg van de hectiek van de dag en zo…’
‘Ik zoek gewoon rust’, zei het letterlijk.
Heel veel empathie had het monster wel, en het herhaalde:
‘ik zoek rust, net zoals jij…’
Een monster met inlevingsvermogen, dat had ik nooit gehoord noch gezien.
Kunnen wij overeenkomen dat ons compromis is dat we samen even de rust opzoeken?
Of die vraag van het monster kwam, of van mezelf, laat ik in het midden…

Onbevreesd diepte ik mijn hand op uit mijn pyjamamouw, en stak die heel vastberaden uit.
Het monster gaf een stevige hand (of zo) terug… en vroeg:
‘kunnen we nu gewoon gaan slapen?’
’kunnen we nu gewoon rusten?’
Ik kroop terug, zonder schrik en helemaal gerustgesteld, deed het licht uit, trok het donsdek tot over mijn oren en viel in een zalig diepe slaap.

Als er monstertjes door je hoofd of onder je bed gaan spoken, wens ik je veel goede moed, en mildheid… en heel veel rust in deze toch wel vreemde tijden.
Dikke knuffel
❤️

Ik groet ‘s morgens



Dag lieve lezer, ik zie in jouw ogen de kleur van mededogen.
Het is een prachtige tint diep geworteld in je hart.
Ik zie een liefdevolle ziel wanneer ik in je ogen kijk, midden in dagen die anders zijn en lijken dan ze waren.

Ik wou dat ik zo naar mezelf kon kijken.
Met evenveel mededogen, met een grote mildheid, en oeverloos begrip.

Voortaan groet ik ‘s morgens mezelf, zoals Mark het deed met de dingen, in het gedicht van Paul, dat ik me zo goed herinner dat ik het moeiteloos kan voordragen.

Dag zelfke zo broos in de spiegel
Ploem, ploem
Dag stoel naast de tafel
Dag pen naast het dagboek
Dag zelfke-zelf met de pijn
En
Dag zelfke-zelf met de pret
Goeiendag
Da-ag zelf
Dag lieve zelf
Dag klein zelvelijn mijn

Lieve lezer, ik wens je een heel fijne dag.
Da-ag
Dikke knuffel
❤️