De minnaar



Toen ik bekomen was van de woorden die de waarzegster me toegefluisterd had, ging ik terug zitten aan mijn tafeltje tegen de muur. Ik was totaal van de kaart en ik begon verdwaasd aan het streepjesbehang te pulken… Hoe kon dat mens nu zo’n dingen zeggen… Ze kende me niet eens en ik had geen woord tegen haar gezegd… Ik baalde.

Achter me hoorde ik een stoel schuifelen over de houten plankenvloer. Bijna onhoorbaar passeerde iemand mijn tafel.
Het was een man… die meer zweefde dan stapte.
Hij liep naar de waarzegster toe.
Ze keek op. Ze leek erg opgelucht.
Haar diepblauwe ogen begonnen als sterren in een donkere nacht te schitteren. De rimpels rond haar mond trokken glad in de mooiste glimlach die ik ooit had gezien.
Het leek alsof er ook veel meer licht was in de kroeg…

De vreemde man spreidde zijn armen en trok de waarzegster rechtop. Daar stonden ze plots in een innige omhelzing. De liefde, de tederheid, de verbondenheid, de vertrouwdheid spatten er van af.
Was het mijn verbeelding of rook de bruine kroeg niet naar oudbakken sigaretten maar naar schitterend geparfumeerde rozen…

Ze gingen zitten.
Ze keken samen mijn richting uit.
Ze hielden mijn blik vast.
Ze kwamen uit eenzelfde wereld, dat zag ik aan hun haar, hun hoeden, hun sjaals, hun kleurenpalet dat zo mooi ton sur ton op mekaar was afgestemd.
Maar vooral de gevoeligheid van hun een-zijn maakte ook mij blij.

Ze hadden mekaar misschien al een lange tijd niet meer gezien. Of wel. Ach, ik wist niets van die rare wezens. Net zoals zij ook niets van mij wisten…
Ik kon alleen maar gissen.
Raden.
Wie was hij?
Wie was zij?
Waar kwamen ze vandaan?
Waar gingen ze heen?
Ik had een levendige fantasie.
Dat was al altijd zo geweest.
Dat zou vast nooit veranderen…
Hoe zei de waarzegster het ook weer…

Ach…

Misschien beeld ik me alles gewoon in.
Misschien bestaat die bruine kroeg niet eens.
Misschien ben ik er nooit geweest…

Laat staan dat ik echt zou weten dat de waarzegster een minnaar had…

De dag gaat verder in raadsels.
Daar moet ik het voorlopig ook mee doen.
Misschien zit je ook met vragen waar geen antwoord op komt…
Ik wens je hoe dan ook een heel fijne dag.
Dikke knuffel.

❤️

Waarzegster



Ik kwam haar tegen in een bruine kroeg.
Die cafés worden zeldzaam, en ze worden steeds bruiner…
Ik nam plaats aan een tafeltje aan de rand, bijna tegen de muur met afbladderend streepjesbehang en donkere houten lambrisering.

Ik bestelde een koffie. Die kwam met extra speculaas en een beduimeld kannetje melk. Ik nipte van mijn kopje terwijl ik mijn ogen steels liet ronddwalen over de aanwezige bezoekers.
Aan de toog zaten stamgasten aan hun barkrukken gekleefd, alsof ze daar al jaren hingen. Hun gesprekken waren verstild toen ik was gaan zitten… Ik was een onbekende die hun wereld binnenkwam.
Ze keken sluiks vanuit hun ooghoeken mijn richting uit.

In een duistere hoek, zag ik een merkwaardige gedaante… Ik kon er niet echt iets van maken bij het schemerige amper-licht van een 25 Watts peertje boven haar tafel…
Mijn ogen wenden snel aan het schaarse licht. Ik zag een oud vrouwtje, ze had een jas, een hoed en een sjaal om zich gewikkeld die niet van deze tijd leken. Die sjofele kleren waren haar houvast in een wereld die de hare niet meer was.
Ik zag dat ze kaarten uit haar mouw toverde. En ze wist dat ze mijn aandacht getrokken had…
Ze hield haar hoofd een beetje scheef en knipoogde naar me. Ze schonk me een vreemde trek om haar mond, waarvan ik wist dat het een glimlach was.
Met haar wijsvinger die uit een vingerloze handschoen priemde wenkte ze me… Ze lokte me… ze trok me naar haar tafeltje toe alsof ik aan een leiband hing en ik hiertegen geen enkel verweer had…

Ik kwam aan haar tafeltje en met een miniem handgebaar beval ze me te gaan zitten. Ik nam plaats recht tegenover haar.
Ik werd gehuld in hetzelfde licht als dat waar zij in zat… Alsof we bondgenoten werden in hetzelfde verhaal in eenzelfde wereld in een andere tijd.

Ik liet mijn ogen dwalen over haar verschijning. Ze had diepliggende ogen die staalblauw waren. Ze had gegroefde lippen, met diepe voren en rimpels die haar getekend hadden. Ze leek heel oud, maar had tegelijk iets bijzonder jong… Ik kon er niet echt mijn vinger op leggen, noch voor mezelf de woorden vinden die konden beschrijven welk gevoel ze bij me opwekte.

Toen zei ze met een heel bevallige en jonge, frisse stem in vlekkeloze bewoordingen: ‘zal ik eens je toekomst voorspellen, daar ben je vast wel aan toe… je kan trouwens geen kant uit, je bent alle richting kwijt’…

Vol verbazing knikte ik en ze ging aan de slag.

Ik wens je een fijne dag.
Ook al weet je niet wat deze brengen zal…
Dikke knuffel.
❤️