Aan de rand



Het jaar begint al aardig op te schieten.
Ik heb net zoals zovelen goede voornemens gehad, toch voor een dag of zo.
Want eens virussen en bacteriën toeslaan, heb je niks nog onder controle. Dat ondervind ik nog elke dag aan mijn water… of zo…

Van virussen gesproken…
Het spel zit weer op de wagen in de wereld nu de Trumpetter zelfs het Chinese coronavirus als politiek wapen kan inzetten…
Wie had dat kunnen denken… Ik niet.

Nu ja, van water gesproken…
We worden elke dag om de oren geslagen met regeltjes en reglementen en in het beste geval: gewoon richtlijnen…

Het sleutelwoord, de oplossing voor heel veel kwalen: bewegen… bewegen en nog eens bewegen.
Waarom niet gaan zwemmen, dacht ik…
Daarom zit ik nu vol goede moed aan de rand van het zwembad…
met duidelijk een aanval van koudwatervrees.

Nee, mijn goede voornemens ten spijt… dit is niet echt mijn plek…
Ik loop liever tussen de bomen… waarbij ik bij elke stap onder mijn voeten de dragende aarde voel, in gezelschap ben van vogeltjes die goedgemutst al heel vroeg zingen, die, verward door de veranderende seizoenen, al met hun nestjes in de weer zijn…
Mugjes, vliegjes, wantsen… ze zijn allemaal al wakker… ze nemen nu al zonnebaden in de prille voorjaarszon.
Alles is de kluts kwijt…

Ik ook.
Ik, ik krimp in elkaar bij de gedachte dat bomen moeten wijken voor zwembaden… alles wat in de weg staat of loopt, moet weg…
Ik vind dat geen prettige gedachte…

De wereld, tja, waar gaat die naartoe?
Dat vraag ik me wel eens af op een vroegochtendlijk uur… als de inspiratie het een beetje laat afweten, omdat iemand aan het tafeltje naast me veel te opdringerig mijn persoonlijke ruimte niet respecteert, en wil meelezen wat ik aan het schrijven ben…
Dit is een dag waarop ik dat niet goed verdraag…
Hij heeft dit ofwel meegelezen, ofwel toch uit zichzelf gesnapt…
want hij stapt met een zucht op.

Maar het is wat het is hé…
Ik moet roeien met de riemen die ik heb…
Zie, voilà, ik eindig toch weer in een klein bootje dat verder dobbert op het kabbelende water…

Het is niet omdat mijn inspiratie kwakkelt door omstandigheden, dat jij zelf niet bijzonder geïnspireerd kan zijn…
Ik wens je een heel erg fijne dag.
De zon is er en de vogeltjes… meer moet het soms niet zijn…
Dikke knuffel.
❤️

De minnaar



Toen ik bekomen was van de woorden die de waarzegster me toegefluisterd had, ging ik terug zitten aan mijn tafeltje tegen de muur. Ik was totaal van de kaart en ik begon verdwaasd aan het streepjesbehang te pulken… Hoe kon dat mens nu zo’n dingen zeggen… Ze kende me niet eens en ik had geen woord tegen haar gezegd… Ik baalde.

Achter me hoorde ik een stoel schuifelen over de houten plankenvloer. Bijna onhoorbaar passeerde iemand mijn tafel.
Het was een man… die meer zweefde dan stapte.
Hij liep naar de waarzegster toe.
Ze keek op. Ze leek erg opgelucht.
Haar diepblauwe ogen begonnen als sterren in een donkere nacht te schitteren. De rimpels rond haar mond trokken glad in de mooiste glimlach die ik ooit had gezien.
Het leek alsof er ook veel meer licht was in de kroeg…

De vreemde man spreidde zijn armen en trok de waarzegster rechtop. Daar stonden ze plots in een innige omhelzing. De liefde, de tederheid, de verbondenheid, de vertrouwdheid spatten er van af.
Was het mijn verbeelding of rook de bruine kroeg niet naar oudbakken sigaretten maar naar schitterend geparfumeerde rozen…

Ze gingen zitten.
Ze keken samen mijn richting uit.
Ze hielden mijn blik vast.
Ze kwamen uit eenzelfde wereld, dat zag ik aan hun haar, hun hoeden, hun sjaals, hun kleurenpalet dat zo mooi ton sur ton op mekaar was afgestemd.
Maar vooral de gevoeligheid van hun een-zijn maakte ook mij blij.

Ze hadden mekaar misschien al een lange tijd niet meer gezien. Of wel. Ach, ik wist niets van die rare wezens. Net zoals zij ook niets van mij wisten…
Ik kon alleen maar gissen.
Raden.
Wie was hij?
Wie was zij?
Waar kwamen ze vandaan?
Waar gingen ze heen?
Ik had een levendige fantasie.
Dat was al altijd zo geweest.
Dat zou vast nooit veranderen…
Hoe zei de waarzegster het ook weer…

Ach…

Misschien beeld ik me alles gewoon in.
Misschien bestaat die bruine kroeg niet eens.
Misschien ben ik er nooit geweest…

Laat staan dat ik echt zou weten dat de waarzegster een minnaar had…

De dag gaat verder in raadsels.
Daar moet ik het voorlopig ook mee doen.
Misschien zit je ook met vragen waar geen antwoord op komt…
Ik wens je hoe dan ook een heel fijne dag.
Dikke knuffel.

❤️