Wanderlust



Ik ben op een vroege ochtend, toen de mistige vriesadem van het gras nog over de velden hing, naar buiten gegaan. Ik heb me heel goed ingeduffeld. Ik hou niet echt van killige kou. Binnenin mijn wollige zondagse jas is het aangenaam warm. Hij zit als gegoten. Hij omhult me als een cocon vol geborgenheid en veiligheid. Hij legt een beschermende schil tussen mij en de hectiek van de wereld vol prikkels en impulsen.

De groene jas laat me opgaan in het landschap. Ik word een met de natuur. Ik hoor er bij. Mijn hart maakt een sprongetje van geluk bij dat besef.

Terwijl ik aandachtig en tegelijk ook zonder gedachten en onopvallend en tegelijk met een groot gevoel van rijkdom verder wandel, voel ik me heel verwend.
De natuur is zo mooi. Ik krijg er zo veel van. Hij maakt me zo dankbaar. Hij maakt zoveel goed.
Ik wil hem niet kwijt. Ik wil niet dat hij verdwijnt of wegkwijnt…
Even voel ik een zweem van angst als een vluchtige windvlaag langs mijn wangen passeren.
Een angst die even snel weer verdwijnt als hij gekomen is.

Ik weet niet waar ik heen ga. Ik heb geen doel.
Maar ik zie een blauwe ster aan de einder en ik besluit die te volgen.
Ik weet zelfs niet of die echt is of een luchtspiegeling.
Ik besluit in die ster te geloven.
Ze brengt me verder op mijn pad.

Ik volg.
Ik moet nergens heen.
Ik ga verder.
De aarde draagt me.
Ze maakt van onzekere passen krachtige stappen.
Ik kom thuis in mezelf.
Ik kan overal naartoe.

Ik wander verder.
Ik wandel verder.

Ik wens je een heel fijne dag.
Op wandel in de natuur of niet, ik hoop dat je thuis bent in jezelf.

Dikke knuffel.
❤️